Designed by Erik
Copyright © 2006 - 2010 R.M.C. Rijssen
Uitzetters informatie
Het onderstaande reglement is bedoeld voor de uitzetters als richtlijn voor het uitzetten van een puzzelrit.
Het onderstaande reglement is bedoeld voor de uitzetters als richtlijn voor het uitzetten van een puzzelrit.
Uitzetters informatie
Wegafsluitingen
Wegafsluitingen
Klik hier voor de afsluitingen
Teneinde kwalitatief hoogstaande puzzelritten te organiseren is het noodzakelijk dat de uitzetters van deze ritten dezelfde interpretatie van het reglement hanteren. Hierdoor wordt voorkomen dat situaties de ene keer goed worden gerekend en bij een volgende rit prompt 25 strafpunten opleveren. Om de klokken tussen de uitzetters onderling zo goed mogelijk gelijk te zetten heeft het bestuur van de RMC besloten een aantal richtlijnen voor het uitzetten van de ritten te formuleren. Deze richtlijnen hebben een bindend karakter.
Na afloop van de rit, voor de eerste deelnemers terug zijn, dient een uitzetter beschikbaar te zijn,om de finish te bemannen en om de rit samen met het bestuur door te nemen om “storende” fouten uit de rit te halen.
Dan volgen hieronder de regels waaraan iedere uitzetter zich heeft te houden:
1. In de rit gebruikte namen van Nederlandse plaatsen dienen met dezelfde spelling voor te komen in
de telefoongids of in het boekje "Nationaal telefoneren".
2. Afbeelding is werkelijkheid. Dit betekent dat alles wat wordt afgebeeld als oriënteringspunt mag
worden gebruikt; ook oriënteringspunten die op de afbeelding verder weg lijken of groter zijn dan 25
meter zijn dus goede oriënteringspunten.
B.V. Het hele oriënteringspunt WEL of NIET helemaal binnen 25 meter! Discussie uitsluiten.
3. Niet teveel rijden binnen de bebouwde kom van Rijssen. Dit om lange wachttijden te voorkomen
voor langs de route geplaatste borden.
4. Een rit dient ongeveer 1.15 uur te duren. De gemiddelde snelheid mag hierbij maximaal 24 km/uur
zijn. De gemiddelde snelheid op de routebeschrijving aangeven.
5. Op (officiële) voorrangswegen geen “neppers” plaatsen. Alles wat als oriënteringspunt wordt
gebruikt moet goed zijn. Hier mag geen twijfel over bestaan!
6. Verkeersborden gelden alleen voor die situatie waarvoor ze bestemd zijn. De
miniatuurverkeersborden dienen ook te worden geplaatst zoals de verkeerswetgeving aangeeft.
7. Scherprijders niet op lange rechte stukken plaatsen maar bijvoorbeeld bij een eindeweg situatie of
bij of in de buurt van een onbemande controlepost, een scherprijder mag geen nepper zijn.
8. Elke route moet in principe met de politie overlegt worden en bordjes mogen niet aan bomen of
struiken worden bevestigd. Het verdient de voorkeur de bordjes voor het ophangen te tellen, om
daarmee te voorkomen dat bordjes na de rit bij het ophalen blijven hangen.
9. Het punt: “Asfaltweg volgen” mag niet in de route worden gebruikt, om misverstanden te
voorkomen.
10.Routecontroles moeten duidelijk zichtbaar worden geplaatst. (bij voorkeur haaks op de weg)
11.Op gevaarlijke punten niets plaatsen.
12.De uitzetter moet rekening houden met van nature mogelijk aanwezige oriënteringspunten. Pas
dus op met oriënteringspunten als bv. fiets, auto of koe. Deze kunnen aanwezig zijn zonder dat dit
de bedoeling is.
13.Ritpijlen niet als “neppers” gebruiken.
14.Voor de eigen rit een naam bedenken.
15.Sponsor benaderen om bij de rit betrekken.
16. TIP: Voor het plaatsen van bordjes: Gebruik schroeven om het vast te maken, dit heeft de
voorkeur.

